|
TV-versierders bij Beeld en GeluidUit Beeld en Geluid wikiTV-versierders bij Beeld en Geluid Symposium Televisievormgeving 31 oktober 2008
Deel 1Pieter van der Heijden (directeur van de experience) introduceerde het symposium. Het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid ziet het niet alleen als haar taak audiovisuele collecties te beheren, maar ook om deze aan een breed publiek te ontsluiten en te voorzien van context. Het organiseren van symposia, zoals TV-versierders, hoort dus ook bij de taak die Beeld en Geluid zich stelt. Pieter van der Heijden gaf aan dat televisievormgeving een onderwerp is waar nog maar weinig onderzoek naar is gedaan, terwijl in de depots prachtig grafisch en audiovisueel materiaal te vinden is. Dit symposium is dan ook bedoeld om het onderwerp eens in een voetlicht te plaatsen met de hoop dat professionals, studenten en anderen geïnteresseerd raken in de geschiedenis van leaders, stationcalls en logo’s. De hoge opkomst stemde wat dat betreft hoopvol. Daarna vroeg ze zich af in hoeverre er overeenkomsten zijn in historische ontwikkelingen tussen televisievormgeving en grafisch vormgeving. In de periode van 1920 (wanneer de meeste omroepverenigingen opgericht worden) tot de jaren vijftig zijn er veel overeenkomsten; voor emblemen (wat we nu logo’s zouden noemen) wordt een beeldtaal gebruikt die afgeleid is van de heraldiek. Er worden schilden, vaandels en leeuwen in de emblemen verwerkt. Vanaf de jaren zestig zijn er wat betreft de huisstijl en logo's duidelijke veranderingen. Ten eerste worden er pogingen gedaan om tot een huisstijl te komen; een eenduidige vormgeving voor de hele vereniging en ten tweede wordt daar een hele andere, veel duidelijkere stijl voor gebruikt. Ten derde worden logo’s bewegend gemaakt, met behulp van animatie, liefst op de maat van een herkenbare melodie. Vanaf het moment dat de grafiek gaat bewegen zou je kunnen stellen dat het vakgebied van televisievormgeving zich anders gaat ontwikkelen dan de grafische variant. Ook de mogelijkheid van driedimensionale computeranimatie wordt op televisie veel intensiever benut dan het geval is bij grafische vormgeving. Dat heeft te maken met het feit dat het medium televisie geen tweedimensionaal grafisch medium is. De mogelijkheid voor televisieontwerpers om naast beweging ook een ruimtelijke dimensie aan hun ontwerpen te geven, is dan ook een logische stap. Met de zaal ontstond enige discussie na aanleiding van zijn lezing. Een werknemer van de RTL Creative merkte op dat zij ook heel erg die grenzen opzoeken; hoe stop je zoveel mogelijk promotie voor de zender of programma’s in de bumpers, maar dat dat wel volledig binnen de wet en de richtlijnen van de reclamecommissie gebeurd. Forceville antwoorde dat zo’n een strategie veel voordeel heeft, maar dat kijkers in verwarring worden gebracht omdat zij een moment twijfelen over welk script ze in moeten schakelen om hetgeen wat ze (gaan) zien te interpreteren. Voor de zender en reclamemakers een goede zaak, maar voor de kijker niet. Deel 2Na de pauze leidde Max Kisman het gesprek met de drie uitgenodigde ontwerpers: Jaap Drupsteen, Rob van den Berg en Oskar Luyer. Unaniem waren ze in hun oordeel over televisievormgeving van nu; het ziet er erg goed en professioneel uit, maar je ziet maar weinig de persoonlijke signatuur van de ontwerper terug. TentoonstellingIn het kader van het symposium werden ook enkele objecten uit de collectie van Beeld en Geluid vertoond. Waaronder een tweetal apparaten die gebruikt werden voor het maken of in beeld brengen van televisievormgeving. Zo was er een klapstandaard te zien, deze werd gebruikt voor het opnemen van titelkaarten. Verder waren de incomplete overblijfselen van de Quantel Paintbox naar boven gebracht. Deze computer werd omstreeks 1986 door de NOS voor drie ton aangeschaft voor de televisievormgevers. Het was een revolutionair, maar lastig te bedienen apparaat waarop men bewegend beeld digitaal kon bewerken. In de vitrinekasten was een kleine selectie uit het grafisch materiaal uit de collectie tentoongesteld. Het liet zien hoe gevarieerd het werk van televisieontwerpers is: er liggen onder andere storyboards van Jaap Drupsteen uit begin jaren zeventig voor de VPRO-televisievormgeving, animatiemateriaal voor kinderprogramma’s van Henk Vermolen en Hans de Cocq, bewegende titelkaarten voor een televisiecursus Frans en enkele van de honderden landkaarten die de NOS grafici jarenlang maakten voor het NOS Journaal. Tijdens het symposium werden er vier titelrollen uitgerold en vertoond. Vanwege hun lengte en kwetsbaarheid worden deze rollen bijna nooit tentoongesteld. Na het eerste deel waren dat twee titelrollen in zwart-wit ontworpen door Hans de Cocq, één rijkelijk geïllustreerde rol uit 1964 voor het programma K-wartaal en de aftiteling van een Sinterklaasprogramma (Sinterklaas is jarig – Het zoekgeraakte boek) uit 1968. Na afloop van het symposium werden twee titelrollen in kleur uitgerold van ontwerper Ton Holst, de tweede grafisch ontwerper in dienst bij de Nederlandse Televisie Stichting. Dit waren de openingstitels voor Zeg maar Jacco uit 1965 en Een land waard om in te leven uit 1977. AvondprogrammaHet avondprogramma sloot aan op het symposium met twee bijzondere vertoningen: OrganisatieHet symposium TV versierders is georganiseerd door het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid en mogelijk gemaakt door Beelden voor de Toekomst. Daarin werken het Filmmuseum, Beeld en Geluid, Kennisland, het Nationaal Archief, de Centrale Discotheek Rotterdam en de Vereniging van Openbare Bibliotheken samen aan het redden en ontsluiten van ons audiovisueel erfgoed. |


